In ons pedagogisch werkplan beschrijven we wat we hieronder verstaan:

We creëren een open, warme sfeer waarin kinderen zich prettig en op hun gemak voelen. We laten merken dat we het fijn vinden dat het kind er is. We zijn geïnteresseerd in wat een kind bezighoudt en stimuleren zijn of haar inbreng. We geven van positieve aandacht, waardering en stimulans. Waar nodig bieden we hulp, bescherming en steun.

Dit doen we in de praktijk

Bij binnenkomst verwelkomen we kind en ouder. We geven kinderen bij binnenkomst tijd en ruimte om te acclimatiseren. Dit kan door hen zelf spel te laten kiezen, hen spel aan te bieden, maar ook door te accepteren dat kinderen soms eerst even rond willen kijken. Als de ouder vertrekt, neemt de pedagogisch medewerker, als dit nodig is, het kind letterlijk en figuurlijk over. 

Voor nieuwe kinderen is het heel belangrijk om te kunnen wennen aan de nieuwe situatie(s)

Het is belangrijk dat zowel wij als ouders voldoende tijd uittrekken voor het wennen. Gedurende de wenperiode leren pedagogisch medewerkers de aard, gewoontes en ritme van het kind kennen. Kan het kind kennismaken met de ruimte, geluiden en geuren, pedagogisch medewerkers, de groepssituatie en de gang van zaken bij het kinderdagverblijf of de peutergroep. Ook ouders raken gewend aan de nieuwe situatie, leren de gang van zaken kennen.

De pedagogisch medewerker houdt het nieuwe kind extra in de gaten en biedt het extra veiligheid: een extra knuffel, een aai over de bol, een plaatsje op schoot.

Afhankelijk van de leeftijd en aard van het kind, stemt de pedagogisch medewerker het voeding- en slaapritme en de pedagogische aanpak van thuis en bij het kindercentrum waar mogelijk op elkaar af. Ook vaste gewoontes als een bepaald knuffeltje of de speen mee naar bed, nemen we zoveel mogelijk over. Langzamerhand en hoe ouder hij wordt, hoe meer dit zich voegt naar het ritme van de groep.