Bij de opvang van jonge kinderen speelt de verzorging een grote rol. We benutten deze momenten bewust als zinvolle contactmomenten. Veel fysieke verzorgingsmomenten zijn bij uitstek geschikt om contact te maken. Zo is het verschonen niet alleen een moment waarop een kind een schone luier krijgt, het is ook een goede gelegenheid om met een kind te knuffelen, te praten en te lachen.

Zindelijk worden

Een kind geeft zelf aan of het er aan toe is om zindelijk te worden. We stemmen de zindelijkheidstraining af op hoe ouders hier thuis mee om gaan.

Slapen

We hebben enkele belangrijke regels omtrent veilig slapen.

  • Kinderen bakeren we alleen in na schriftelijke toestemming en positief advies van het consultatiebureau.
  • Bij jonge kinderen volgen we het slaapritme van het kind.
  • Kinderen vanaf ongeveer anderhalf jaar slapen over het algemeen nog maar één keer per dag: zij gaan na de lunch naar bed.
  • Heeft een kind geen middagslaap meer, dan rusten ze in de groepsruimte of blijven ze op. Hierbij gaan we uit van de behoefte van het kind en overleggen hierover met de ouders.
  • Bij de peutergroep slapen de kinderen niet.

Buiten zijn

We vinden het belangrijk dat kinderen regelmatig buiten zijn, ten minste één keer per dag. Als de kinderen in de zomer naar buiten gaan en de zon schijnt dan smeren wij ze in met zonnebrandmiddel. Er is zonnebrandmiddel factor 50 aanwezig. Baby´s mogen niet in de volle zon en als het nodig is zetten we hen een zonnehoedje op. Ouders geven dit bij zonnig weer mee naar de opvang.

Kleding

Om lekker te spelen is het prettig wanneer de kinderen kleding aan hebben die vies mag worden. Voor kinderen die kruipen is een lange broek het fijnste. Ook kan er wel eens een ongelukje gebeuren. We vragen ouders daarom om altijd te zorgen voor reservekleding, in de juiste maat en passend bij het seizoen.

Zelfredzaamheid

We vinden zelfredzaamheid van kinderen belangrijk. Daarom leren we kinderen van jongs af aan en spelenderwijs zichzelf te verzorgen. Bijvoorbeeld aan- en uitkleden. De baby's beginnen bijvoorbeeld met het uittrekken van de sokken. De meeste peuters kunnen zichzelf uitkleden en krijgen met aankleden nog hulp als het nodig is. We leren hen ook zelf hun jas aan- en uit te trekken en naar de wc te gaan. Een kind dat niet zelf wil eten, stimuleren we door het brood in kleine stukjes aan te bieden en ze een beetje te helpen. Deze hulp bouwen we vervolgens steeds verder af. Hoe ouder de kinderen hoe meer we verwachten.