Een maand of twee geleden was ik ervan overtuigd dat we tijdens de herfstvakantie lekker op de camping zouden staan. Er nog even tussenuit met de caravan. Eerlijk gezegd heb ik nu, met dit herfstige weer, alleen nog maar zin om lekker warm onder een fleece dekentje te zitten, samen Disney-films te kijken, koekjes te bakken, samen te knutselen, een hele lange treinbaan te bouwen en lekker in een warm bad (beetje jammer dat we die niet hebben) te liggen. Ik denk dat mijn kinderen hier ook absoluut niet ontevreden mee zullen zijn. Heerlijk samen keutelen in huis.

Al denk ik stiekem dat ze een weekje op de camping zouden verkiezen boven in huis keutelen. Lekker veel buiten, ook al regent het. Buiten hebben ze alle ruimte om te bewegen, te schreeuwen en lawaai te maken (niet dat ze dit binnen niet doen). Ieder weertype roept andere gevoelens op en lokt steeds ander spel uit. Zo ook de herfst, of misschien juist wel de herfst. Ze spelen en experimenteren om zo nieuwe ervaringen op te doen. Ook al hebben wij niet altijd zin om met ze naar buiten te gaan, of zeggen we soms dat buiten spelen niet kan omdat het regent, door elke dag even buiten te spelen, leren ze een heleboel van de wereld om hen heen. Als zij geen last hebben van de regen, de wind en het frissere weer… waarom vinden wij dit dan een probleem? Oké oké, als je met je kinderen mee moet dan snap ik het. Maar geloof me, als je eenmaal buiten bent is het prima. De kinderen zijn blij en jij weet hoe goed het voor ze is. Het is trouwens ook erg goed voor de weerstand en het slapen die nacht.

Sommige kinderen staan al bij de deur te trappelen, anderen moeten gestimuleerd worden om naar buiten te gaan en dan zijn er ook nog kinderen die je echt mee naar buiten moet slepen. Voor ouders is dat niet anders, daarom bij deze een paar stimulerende tips.

De juiste kleding!
Schaf een regenpak aan. Nee, geen jas en broek, maar echt een pak. Of je kind tijdens die heerlijke boswandeling nou valt of moedwillig door de modder rolt, hij of zij blijft zo goed als droog en schoon. Eenmaal thuis of bij de auto aangekomen, gaan de laarzen en het regenpak uit en voilà: een keurig kind. Oké, bij sommige kinderen helpt niets, die worden gewoon altijd ontzettend vies.

Ze worden niet ziek!
Laat je niet tegenhouden door het weer. Je kind wordt niet ziek van regen of kou. Het is juist heel gezond! Ziek word je van virussen en bacteriën. Ze zeggen dat buitenspelen goed is voor de weerstand, het kan dus zelfs voorkomen dat ze ziek worden. Maak je geen zorgen, te koud is het voor een kind ook niet snel. Ze rennen, springen, klimmen en klauteren en zo houden ze zichzelf warm. Is het toch erg koud buiten (lees: onder het vriespunt)? Kleed ze dan lekker warm aan.

Maak het jezelf makkelijk!
Eerlijk is eerlijk. Grotere kinderen gaan zelf buiten op pad, maar met de kleinsten moeten we mee. Daar hebben we, nu het minder weer wordt, niet altijd zin in. Het is fris, nat en we hebben heimwee naar de zomer die ons net verlaten heeft. Maak het jezelf af en toe makkelijk. Zorg ervoor dat ze ook in de achtertuin voldoende kunnen ontdekken. Denk bijvoorbeeld aan zand, water, emmertjes, bekertjes en takjes om te roeren. Water? Ja, ook in de herfst en de winter (lees: regenpak!). Denk ook aan 'binnen-speelgoed' dat ze buiten mogen gebruiken zoals een oude pop die buiten een heerlijk zandpapje mag krijgen of een paar oude autootjes die door de modder mogen rijden.

Ga naar het bos!
Het bos is het tijdens de herfst erg mooi. Prachtige kleuren, paddenstoelen in alle soorten en maten, een dik pak bladeren om doorheen te struinen. Een wandelingetje door het bos is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook erg goed voor je geest. Stressvermindering gegarandeerd!

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.

KION heeft samen met 36 andere Nijmeegse organisaties vandaag een lokaal preventieakkoord ondertekend. Hiermee spreken zij af dat ze actief een gezonde leefstijl bij medewerkers, kinderen, cliënten en patiënten stimuleren. Een rookvrije omgeving, meer bewegen en gezond eten, en bewustwording van de risico’s van alcoholgebruik zijn de prioriteiten. Het uiteindelijke doel van het akkoord is de fysieke én mentale gezondheid van Nijmegenaren aanzienlijk te verbeteren. Nijmegen is de eerste stad die, in navolging van het Nationaal Preventieakkoord, een lokaal preventieakkoord sluit. Staatsecretaris Paul Blokhuis van VWS, is enthousiast: ‘Geweldig dat er een lokaal akkoord is met zoveel organisaties. Mooi om te zien dat er binnen Nijmegen een brede beweging bezig is om een gezonde keuze makkelijker te maken voor alle Nijmegenaren.


KION heeft het preventieakkoord ondertekend omdat we kinderen een goede en gezonde start willen meegeven voor hun toekomst. Dat vraagt van ons aandacht voor welzijn, voeding, beweging en samen zijn en doen. Dat kunnen we niet alleen. Daarom willen we graag de handen ineenslaan met andere professionals rondom het kind en het jonge gezin.

Meer info: www.wijzijngroengezondeninbewegingnijmegen.nl

“Niet spelen met je eten!” Dit lijkt een zinnetje te zijn dat voor altijd blijft bestaan. Hij bestond al toen ik zelf een kind was en nu ik zelf kinderen heb, bestaat hij nog. Het is dus iets van alle tijden dat kinderen graag met eten spelen en dat veel volwassenen dit niet goed vinden. Bah, wat vies ook! Overal kruimels of klodders yoghurt en een broodje moet je ook gewoon in een stuk opeten en niet in allemaal kleine afgeplukte stukjes! Toch?

Ik weet het zo net nog niet. Waarom vinden we dit eigenlijk? Vinden we het vervelend dat ze er een rommel van maken? Duurt het eten op deze manier twee keer zo lang en hebben we daar geen tijd voor? Vinden we dat ze op deze manier geen respect hebben voor het eten? Misschien vinden we dat ze het gewoon op moeten eten…daar is het toch voor?!

Maar laten we eerlijk wezen, het is niet echt bevorderlijk voor de sfeer aan tafel. En even onder ons, spelen met eten is niet het enige wat we niet oké vinden aan tafel. Toch? Het tafelmoment is dus eigenlijk best een spannend moment. De frustraties liggen op de loer.

Ik heb goed nieuws voor onze kinderen, want spelen met eten is namelijk goed voor ze.
Dat wordt dus extra kruimels vegen en yoghurt uit haren wassen (en uit de tafel, stoel, kleding etc.)
Misschien kunnen wij ons daar een beetje bij neerleggen, naar onze kinderen kijken en er van genieten. Een dreumes die de pap door zijn vuistjes knijpt, het over de tafel smeert en daarna zijn vingertjes aflikt. Een 10-jarige die huisjes metselt van aardappelpuree en daarna het bouwwerk beetje bij beetje opeet.

Stiekem is dit ook wel iets voor mij hoor. Ik vind het namelijk heerlijk als mijn kinderen een beetje flodderen met het eten. Als ze bedenken hoe ze het willen opeten. Bijvoorbeeld de erwtjes in de pasta penne proppen, met de handen eten in plaats van met mes en vork, huisjes maken van aardappelpuree of als ze willen ervaren hoe iets voelt, smeert, proeft.
Zo legde mijn dochter toen ze nog kleiner was de doorgesneden druiven op een rijtje over de tafel. Ze telde de druiven 1, 2, 5, 8… en stopte er telkens een paar in haar mond. Ze zette het bakje (waarin ik haar de druiven gaf) over de druiven en riep: ‘Duifjes, wa sijn hulie?’ Waarna ze het bakje optilde, lachte en er weer een aantal in haar mond stak. Wat een heerlijk moment.
Mijn zoon wil graag zelf eten met bestek, dit kan hij al best goed. Hij prikt met de vork over zijn bord. Doet zijn best er iets aan te prikken. Soms stopt hij het in zijn mond, soms haalt hij het er weer af en begint overnieuw. Ook roert hij met de lepel door de pap, tilt de lepel op en kijkt hoe het van de lepel afvalt. Hij brengt de lepel naar zijn mond en neemt steeds weer een hap. Tussendoor knoeit hij en gilt hij dat er gepoetst moet worden, omdat er een druppeltje op tafel is gevallen.
Heerlijk al die ontdekkingen. Fijne en positieve momenten ervaren met eten.
Kanttekening, als ik echt moe en druk ben, heb ik er maar weinig geduld voor. Het is makkelijk gezegd, maar we worden op de proef gesteld.

Het idee dat het goed is voor de ontwikkeling van de kinderen helpt hierbij.
Kinderen leren namelijk erg veel van voelen, proeven en ruiken. Ze ontdekken de eigenschappen en ervaren de structuur. Ze raken bekend met het product. En dit zonder dat ze gedwongen worden dit direct op te eten.
Onderzoek wijst uit dat kinderen die spelen met eten veel makkelijker de namen van de producten kunnen onthouden. Vooral de vloeibare producten. Van zichzelf geen vaste vorm, maar wel een vaste structuur.

Het lijkt alsof het ons ook nog goede herinneringen bezorgt. Zo vertelde mijn collega met een glimlach hoe ze vroeger met het hele gezin prachtige kuiltjes in de stamppot maakte. Een van mijn vriendinnen vertelde trots hoe prachtig de bouwwerken van haar aardappelpuree waren. Mijn vriend vertelt me hoe hij vroeger tekeningen maakte met twee verschillende kleuren vla in een bakje. En niet te vergeten spaghetti slurpen, op dit moment een grote hit in ons huishouden.

En hoe erg is het echt als je kind zijn rijstwafel in 15 stukje breekt en ze daarna pas opeet? Of misschien zelfs de eerste twee keer alleen maar ontdekt en pas de derde keer de stukjes echt opeet.

Begrijp me niet verkeerd. Het is niet van toegevoegde waarde dat de borden door de kamer vliegen, jij helemaal onder gesmeerd bent of dat het eetmoment letterlijk en compleet een speelmoment wordt. Natuurlijk wil je dat je kind genoeg voeding binnen krijgt. Maar laten we het onze kinderen (en onszelf) gunnen om op een ontspannen manier producten te ontdekken, met plezier te kunnen proeven, voelen, ruiken en eten. Eigenlijk precies dat wat past bij de manier waarop een kind leert.

Een hele tijd geleden schreef ik al eens een stukje over hoe we kunnen zorgen dat het tafelmoment een gezellig moment is. Wil je dat terug lezen? Kijk dan hier: https://kion.nl/nieuws/gezellig-samen-aan-tafel

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.

Onze kinderen. We vinden ze de mooiste, liefste en leukste wezens die er zijn. We zijn super trots op ze en vinden heel veel van wat ze doen ontzettend knap. Als er iemand is die plots zegt dat iets wat ons kind doet niet knap is, dan nemen we dit deze persoon niet in dank af.

Ik vind het echt vreselijk wanneer ik zie of voel dat mijn dochter onzeker wordt. Dat ze het gevoel heeft dat ze iets niet kan of door een opmerking van een ander kind voelt dat ze minder is.
Ik heb dan altijd de neiging haar streng aan te spreken als een net iets te gemotiveerde motivatie-coach. Het roept van alles bij mij op en ik wil er meteen voor vechten.
Ze wordt ouder en langzaam gaat ze zich steeds meer bezighouden met zaken als, zie ik er wel leuk genoeg uit, vinden andere kinderen mij wel leuk etc. Ik gun het haar zo niet om daar zo mee bezig te zijn en zich daar druk over te maken. Te denken dat ze echt niet hoog genoeg in het klimrek geklommen is, wanneer een ander kind boven haar zegt: “Ik ben lekker veel hoger.”
“Liefje, dat kind zit inderdaad hoger, maar wat maakt het uit. Jij klimt jouw weg tot de hoogte die voor jou nu goed voelt.”

Ik wil graag dat ze voldoende vertrouwen heeft in zichzelf. Dat ze een goed zelfbeeld heeft en tevreden is met wie ze is. Dat ze zich staande kan houden in de wereld. Dat het oké is als er soms iets niet lukt. Dat ze voor zichzelf op kan komen en van zich af kan bijten.

Zelfvertrouwen, weerbaarheid. Het is zoiets kwetsbaars, zo ongrijpbaar. We gunnen het onze kinderen allemaal. Bij sommige kinderen gaat het vanzelf, andere kinderen kunnen daar wel wat hulp bij gebruiken. Maar hoe doen we dit dan? En hoe weten we of onze kinderen voldoende weerbaar zijn?

Zelfvertrouwen en weerbaarheid hangt nauw samen. Een kind dat zelfvertrouwen heeft, durft voor zichzelf op te komen en is weerbaar. Als een kind maar weinig zelfvertrouwen heeft en niet weerbaar is, dan kan het eerder gepest worden, beïnvloed worden door andere kinderen, moeilijk nee zeggen, anderen willen pleasen en moeilijk om hulp vragen bij de juf.
Heb je geen idee of je kind voldoende weerbaar is. Kijk dan eens naar de volgende signalen. Herken jij je kind in de meeste signalen? Dan is je kind voldoende weerbaar.

  • Mijn kind heeft een eigen mening en vertelt aan kinderen wat het wil;
  • Mijn kind zegt er iets van als iemand vervelend doet of vraagt hulp;
  • Mijn kind zegt ‘nee’ als het iets niet wilt;
  • Mijn kind herpakt zich als het iets niet leuk vindt en zoekt een oplossing;
  • Als mijn kind geplaagd of gepest wordt, zoekt het hulp of weet het zich te verdedigen;
  • Mijn kind heeft zelfvertrouwen, denkt vaak: ‘Ik kan het’, zet door als iets niet lukt en kan zijn kwaliteiten benoemen;
  • Mijn kind durft iets te zeggen in de groep;
  • Mijn kind gaat naar de leerkracht om hulp te vragen;
  • Mijn kind reageert rustig op kritiek en probeert hier iets mee te doen;
  • Mijn kind durft zelf op anderen af te stappen en mee te doen.

Heb jij een kind wat wel iets weerbaarder mag worden? Met de volgende tips van www.apetrotsekinderen.nl kun jij je kind helpen:

Help je kind zichzelf te leren kennen
Wat kan het goed, wat vindt het lastig? Inzicht in jezelf vergroot het zelfvertrouwen en helpt je te herkennen hoe je reageert in situaties.

Laat je kind zoveel mogelijk zelf nadenken en oplossen
Je kind voelt zich trots als het zelf dingen kan oplossen. Dit zorgt voor zelfvertrouwen. Stel vragen zodat je kind zelf leert nadenken en het zich kan redden als jij er niet bij bent. Zoals: ‘Hoe laat je merken dat je het niet leuk vindt?’, ‘Wat kun je doen?’.

Oefen een stevige houding met je kind
Rechtop staan, schouders naar achteren, de ander aankijken, duidelijk hoorbaar praten. Laat het ervaren wat het effect is van de verschillende houdingen (onzeker, stevig, agressief) op jezelf en anderen.

Geef je kind inzicht in zijn gevoelens en die van anderen
Benoem emoties en stel vragen, zoals: ‘Hoe vond je het toen je sukkel werd genoemd?’ en ‘Hoe voelde je je toen?’. Daarna kun je naar een oplossing gaan: ‘Wat zou je kunnen zeggen/doen wat helpt?’.

Maak onderscheid tussen gedrag en persoon bij kritiek op je kind
In plaats van: ‘Wat ben je toch vervelend vandaag’, zeg eens: ‘Ik vind het niet fijn dat je me steeds stoort’. Dan heb je kans dat je kind sneller luistert en positiever over zichzelf denkt dan in de eerste zin.

Vraag je kind naar zijn mening
Wat vind jij ervan, vind je dit wel of niet fijn? Zo wordt je kind zich bewust van zijn grenzen en leert het aangeven wat het wel en niet prettig vindt.

Oefen met je kind lastige situaties door het ‘wat-als’-spelletje.
‘Wat als Jantje naar je toe komt en vraagt om te spelen en je hebt geen zin?’ Bespreek wat je kind zou doen en welk effect dit heeft op de ander.

Complimenteer je kind op sociaal handig gedrag en maak dit persoonlijk.
Bijvoorbeeld, ‘Knap van je dat je zo duidelijk nee durfde te zeggen’. Dit helpt je kind om het vaker te doen.

Bedenk samen een zin die jouw kind kan zeggen om voor zichzelf op te komen.
‘Stop, hou op’ werkt vaak niet, daarom kan het helpen om een krachtige zin paraat te hebben waarmee jouw kind zijn grens aangeeft. Bijvoorbeeld ‘Ik vind het niet meer leuk, stop ermee’, ‘Hou op!’ of ‘Hoe zou je het vinden als ik het bij jou deed?’.

Leer je kind zijn schouders ophalen en dingen van zich af te laten glijden.
Letterlijk je schouders ophalen en diep zuchten, kan helpen om dingen los te laten. Als jouw kind daarbij nog een woord zegt zoals ‘boeiend’, laat hij zien dat hij zich vervelende opmerkingen niet aantrekt.


Wil je graag meer lezen over zelfvertrouwen en weerbaarheid? Kijk dan eens op www.apetrotsekinderen.nl

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.