We worden overspoeld met prikkels (geluiden, lichamelijke sensaties, alles wat je ziet, proeft en gevoelsmatig waarneemt zoals sferen en emoties). Als ik midden in mijn woonkamer sta en bewust probeer te voelen welke prikkels ik binnenkrijg, dan kom ik erachter dat dit er best veel zijn. Een kleuter die in een glitterjurk door de woonkamer danst en zingt, een baby die over de vloer kruipt met in elke hand een houten blokje (want dat klapt zo lekker hard op de grond tijdens het kruipen), de afzuigkap die zoemt, de muziek die zachtjes aan staat, de regen die tikt op het raam, de trui die een beetje kriebelt, mijn buik die rommelt van de honger… 

Dit zijn de prikkels van dit moment, maar de hele dag worden er prikkels op me afgevuurd.
Soms kan mijn hoofd ervan tollen, dan voel ik me prikkelbaar, ga ik snauwen en wil ik het liefst met rust gelaten worden. Overprikkeld! Ik zie het ook bij mijn dochter die soms dan echt door de bomen het bos niet meer ziet. Dagen die eindigen met een spartelend en huilend kind, in elkaar gezakt op de badkamervloer. Heel hard roepend: ‘STOP HOU OP, IK VIND HET NIET MEER LEUK!’, terwijl ik naar haar sta te kijken, een keer diep zucht en me afvraag hoe ik het dit keer op ga lossen. Ze is een gevoelig meisje. Gelukkig speelt dit in haar dagelijks leven niet zo’n hele grote rol. Maar voor sommige kinderen is dat wel zo. Je raakt overprikkeld als het zenuwstelsel via de zintuigen meer prikkels binnenkrijgt dan het kan verwerken. Bij het ene kind gebeurt dit sneller dan bij het andere kind. Vooral hooggevoelige kinderen hebben hier last van.
 
Gelukkig zijn er signalen waaraan je kunt zien dat je kind overprikkeld raakt. Fijn, want dat geeft je de kans je kind te helpen voor het ontploft.
Sommige kinderen trekken zich terug als ze overprikkeld raken.
Ze worden stil, sluiten zich af, zijn onbereikbaar, willen met rust gelaten worden, snauwen, zijn prikkelbaar of neerslachtig.
Andere kinderen barsten bijna uit elkaar en overschreeuwen zichzelf.
Ze zijn druk, stuiteren, zijn opgejaagd, rusteloos, huilen snel, worden snel boos en hebben een slechte concentratie. (Als ik honger heb, ben ik een combi van dit alles.)

Kijk goed naar je kind en kom erachter welke signalen erop wijzen dat hij of zij overprikkeld is. Leer deze signalen herkennen, speel erop in en help je kind zichzelf niet te verliezen.
Zie je dat je kind overprikkeld is, dan heeft hij of zij rust en tijd nodig zodat het zenuwstelsel het teveel aan prikkels kan verwerken. De volgende tips kunnen hierbij helpen:

  • Zorg dat je kind 20 minuten kan rusten op een prikkelarme plek, een prettige ruimte met weinig geluid, zacht licht, alleen of met 1 ander persoon.
  • Misschien vindt je kind het heerlijk om even op zijn of haar kamer te zitten, sommige kinderen voelen zich dan eenzaam. Blijf dan bij je kind, lees een boek of ga even samen liggen.
  • Geef je kind iets te eten. Een te lage bloedsuikerspiegel maakt je kind nog meer prikkelbaar. Let op: geef je kind juist geen snoep of andere suikerbommen.
  • Water! Een bad met rozemarijn of lavendelolie, water drinken, met water spelen, een wandeling langs een meertje of het strand. Water werkt ontspannend.
  • Rustgevende activiteiten. Tekenen, lezen (geen spannend boek), een massage met rustgevende olie, een (blokken) toren bouwen, iets met lego bouwen, strijkkralen etc.

Maar let op: geen televisie! Door televisie komen de hersenen meestal juist NIET tot rust.

Uit ervaring kan ik je vertellen dat deze tips ook prima toe te passen zijn op overprikkelde papa’s en mama’s. Voel eens wat het met je doet als je samen met je kind een lego-kasteel bouwt. Heerlijk joh! Zelfs als je kind allang weer ergens ander mee speelt en jij nog heerlijk zit te bouwen haha.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (bijna 5) en zoon (bijna 1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.