In het kader van De week van de opvoeding met dit jaar het thema Vertel eens… een blog vanuit de ogen van een papa. Vriend van Suus blogt en vader in een gezin met 3 jonge kinderen.
Vertel eens…Frank!

"Kom jongens, we gaan!", (1) roep ik vanuit de gang. We gaan namelijk op avontuur. Vandaag ben ik alleen met onze drie kinderen. Handen tekort, een beetje chaos en niemand werkt mee. Zo’n dag is het vandaag.
"Kom jongens, we gaan!", (2) roep ik nog maar een keer. Misschien praat ik te zacht, zitten hun oren verstopt of zijn ze al vertrokken. Ik krijg in ieder geval geen reactie.
Ik open de deur naar de woonkamer en zeg: "Kom jongens, we gaan," (3) maar zie dat de oudste is gaan knutselen, de middelste zit te gaapstelen voor de televisie en onze babydreumes trekt nog even de kast met pannen leeg. Oke, ‘Kom jongens we gaan dus nog even niet.’

Maar had ik niet al lang aangekondigd dat we op avontuur gingen? En was net niet nog iedereen daar superblij mee? En zouden jullie niet je laarzen aan gaan trekken? En had ik net niet de kamer helemaal opgeruimd voor vertrek, zodat mama in een opgeruimd huis thuis zou komen? Dat laatste is sowieso het geval niet meer. Mama komt straks thuis in een woning, die net als Villa Volta, drie keer om zijn as in de rondte is gedraaid. Maar goed, dat leg ik later wel uit aan mama. Ik schrijf wel een briefje dat zij het niet hoeft op te ruimen. Ik raak toch wel lichtelijk geirriteerd van dit tafereel, maar voel ook dat dit aan mij kan liggen. Ik puf mijn geïrriteerdheid weg, pak de kinderen bij elkaar en begin gewoon weer opnieuw. Jij doet dit, jij doet dat en ik doe de babydreumes.

Klaar voor de start: "Kom jongens, we gaan."(4) Iedereen werkt mee, laarzen aan, jassen aan, huissleutels worden in mijn hand gedrukt, lichten worden uit gedaan, wat een top team. Binnen no-time zijn we klaar voor vertrek.
"Kom jongens, we gaan, hoera." (5) De oudste twee rennen naar de auto, ik pak de rugzak en babydreumes… en… POEP. Een luier vol poep. Serieus nu? Natuurlijk! "Kom jongens, we gaan nog even niet, wacht maar in de auto ik moet even een luier verschonen. Dit duurt niet zo lang.” Dacht ik. Zij poept toch niet zo veel. Behalve, en ik verdenk haar van enige expresheid, dit keer. Diaree tot aan haar nek. Wie weet gaan we vandaag ooit nog weg. Het duurt dus even wat langer voordat ik met een schoon kind weer bij de auto sta.

"Kom jongens, we gaan nu echt." (6). Ik kijk naar de achterbank en zie niks. Geen kinderen. Ik mis de twee kinderen die, toen ik mijn handen vol poep had, in mijn gedachte keurig op de achterbank waren gaan zitten en daar op mij zaten te wachten. Was ik dan zo lang weg geweest? Misschien wel. Op zich geen paniek, want ze lopen nooit weg, dus ze zijn vast ergens.
Ik roep de straat in: "Kom jongens, we gaan." (7). De middelste komt meteen uit een struik met een natte broek, van de oudste geen reactie. Ik hoor dat zij zich heeft verstopt en dat ik moet gaan zoeken.

Ik leer elke keer weer dat wat ik belangrijk vind, inpakken en wegwezen, niet altijd of zelfs altijd niet, voor de kinderen geldt. En ze doen het niet expres ze gaan gewoon heerlijk op in hun impulsen. En ja die impulsen passen niet altijd in mijn plan. Maar hoe belangrijk was mijn plan? Gaat er iets heel ergs gebeuren als we te laat in de uiterwaarden zijn? Nee, eigenlijk niet. Dus ik speel het spel even mee. Zet de andere twee in de auto en zoek de oudste. Eindelijk! We zijn onderweg.
Ik ben al bekaf en zeg nog een keer zachtjes "Kom jongens, we gaan," (8) en moet daar in mijzelf een beetje om lachen.

Ik ben Frank, de vriend van Suus blogt. Ik beleef het dagelijkse ouderschap als een raadsel en tegelijk iets fantastisch. Ik doe mijn best en dat werkt soms best goed. :)