Suus blogt: autonomie van een kind!

Ieder kind is anders. Een eigen persoon met eigen ideeën, eigenschappen en behoeften. Het ene kind vindt het heerlijk een half uur aan tafel te fröbelen, het andere kind wil liever rennen en springen. Het ene kind duikt direct overal op af, het andere kind kijkt liever eerst de kat uit de boom.
Als je respect hebt voor de autonomie van je kind (het recht om zelf te bepalen wat hij of zij doet/wil) dan heb je respect voor wie het kind is, voor zijn eigenheid, voor wat het wil. Als je je kind het gevoel geeft dat hij mag zijn wie hij is en dat het er toe doet wat hij wil, voelt je kind dat je vertrouwen in hem of haar hebt. Dat geeft je kind meer vertrouwen in zichzelf, waardoor hij de volgende stap durft te zetten.

Daarnaast is er geen mens (dus ook geen kind) die voortdurend wil doen wat een ander zegt. Ze willen net als wij “grote” mensen zelf dingen bepalen, uitproberen en onderzoeken.

Volgens mij is dit iets wat we onze kinderen allemaal wel gunnen, maar in de praktijk kan dit nog best lastig zijn. Want zeggen we niet soms gewoon bijna uit automatisme ‘nee’ tegen onze kinderen? Bijvoorbeeld tegen de peuter die zijn eigen beker melk in wil schenken, of als ze modder willen maken in de tuin? Kleden we onze kinderen niet heel vaak nog aan, terwijl ze het zelf kunnen? Gewoon omdat het dan sneller gaat. Springen we in als we ze zien klungelen met schoenen en veters? Gewoon omdat onze handen kriebelen, we ongeduldig worden of haast hebben.

Ik hoor mezelf geregeld ‘nee’ zeggen of ‘nee’ denken in ieder geval. Vaak vraag ik me dan direct een aantal dingen af. Is het levensbedreigend? Nee. Hebben andere mensen er last van? Nee. (en dan bedoel ik echt last he, niet de Oh-wat-zullen-andere-mensen-hier-wel-niet-van-denken last) Kan het echt niet of vind ik het gedoe? Ja dat laatste…duidelijk.
Het resultaat van deze gedachtegang is dan meestal een JA of het laten gaan van dat wat ze aan het doen zijn.

Zo….
…droogt mijn dochter zichzelf na het douchen af en negeer ik het feit dat haar onderbenen nog nat zijn. Zij is trots, prima.
…help ik mijn zoon telkens weer zijn luier uit te trekken als hij heel hard ‘plassu plassu’ roept. Hij wil graag op het potje zitten en ik vind dat prima. (hij plast er overigens nog niet echt op).
…laat ik mijn dochter vaak haar eigen kleding uitkiezen en bijt ik op mijn lip als ik het niets vind.
…eet mijn zoon vaak zelf zijn yoghurt, ook al zit daarna alles onder, een extra wasje en een doek over de grond (en tafel, en stoel) en het is weer opgelost.
…knutselt mijn dochter precies zoals zij dat bedenkt. Met confetti onder de tafel en een vork als kwast. Opruimen is inderdaad meer werk, maar we doen het samen en dan is het ook weer zo knap en netjes.
…laat ik mijn zoon klimmen en klauteren. Ook als ik het zelf spannend vind.
…is het oké als mijn dochter de eerste 15 minuten op een feestje alleen maar achter mijn been staat.
…probeer ik ze vaak eigen ideeën te laten uitvoeren, ook als ik van te voren al zie dat het op die manier niet gaat lukken.

Als een kind te weinig autonomie ervaart, gaat het geheid opzoek naar waar het dit zelf kan creëren. Denk bijvoorbeeld aan…strijd tijdens het eten, strijd bij het slapen en misschien wel niet op tijd naar de wc gaan. Zo kunnen ze toch nog iets zelf bepalen. Maak je door de dag heen meer ruimte voor autonomie, dan is de kans groot dat er meer rust ontstaat. Vooral kinderen die vaak in verzet gaan, koppig of dominant zijn, kunnen hier veel baat bij hebben. Je kind zal ontspannen als het meer momenten van autonomie ervaart en daardoor makkelijker om kunnen gaan met momenten waarop dat niet kan.
Maaruh hoe dan?

Zeg niet te snel ‘nee’
Komt je kind met een vraag, luister dan goed. Geef niet direct antwoord. Probeer goed te luisteren. Wat vraagt ze precies en waarom? Bekijk het van verschillende kanten. Als je de neiging hebt om ‘nee’ te zeggen, vraag je dan af waarom. Kan het ook een ‘ja’ zijn onder voorwaarden? Laat je overtuigen door je kind, maar denk ook na over je eigen grenzen, zorgen en bespreek deze.

Wees nieuwsgierig en onderzoek
Wil je ingrijpen, bijsturen of verbieden stel jezelf dan eerste de volgende vragen:
- Wat is er eigenlijk precies gaande?
- Heeft je kind plezier of niet? En wat is het effect van wat hij doet op de omgeving?
- Wat kan er eigenlijk misgaan en (heel belangrijk) hoe erg is dat dan?
- Waarom wil je ingrijpen?

Door dit te onderzoeken krijg je helder of het klopt dat je wil ingrijpen en waarom. Je zal ontdekken dat het ook vaak komt omdat je zelf iets moeilijk, vervelend, irritant of eng vindt.

Laat je kind vaker eigen keuzes maken
Geef je kind de ruimte om de dingen op zijn of haar eigen manier te doen. Geef alleen aan wat er moet gebeuren, niet hoe. Pas als je ziet dat je kind iets lastig vindt kun je vragen of hij hulp nodig heeft. Geef zo min mogelijk ongevraagd advies, laat het aan je kind of hij dat wil.
Kijk in welke situaties je je kind meer keuzevrijheid kan geven. Dat kan bijvoorbeeld ook de keuze uit 2 verschillende setjes kleding zijn.

Dit kan natuurlijk niet altijd, iedere dag, op elk moment. Soms is er gewoon geen tijd of ruimte.
Geef je kind ruimte waar het kan, iets om zelf goed bij stil te staan.
Succes!! Ik ga even de zelfgelakte nagels van mijn dochter bekijken.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.