‘Beter een goede buur dan een verre vriend.’ En daar ben ik het in dit drukke leven met jonge kinderen helemaal mee eens. Al zal ik niet ontkennen dat ik het met de uitspraken ‘Je moet er geluk mee hebben!’ of ‘Nou, je zal er maar naast wonen.’ ook eens ben. Want oh wat kan er toch een boel ellende ontstaan wanneer je problemen hebt met je buren. Ja, uiteindelijk kom je gewoon per toeval naast elkaar wonen. Je kiest elkaar (meestal) niet uit. Je weet vaak niet van te voren of het gaat klikken. Gelukkig kan ik daar niet over meepraten. Wij hebben een heleboel, hele fijne buren in onze straat.

Ja oké, in mijn studententijd was er wat gedoe met de buren. Nu ik ‘volwassen’ ben realiseer ik me dat zij vooral last hadden van ons studentenhuis… waardoor wij weer last hadden van hen… een gezin met jonge kinderen die waarschijnlijk moe en gefrustreerd waren van al onze herrie. Bij deze sorry 😊

Voor ik kinderen kreeg waren buren gewoon mensen die naast me woonden. We begroeten elkaar en af en toe werd er een praatje gemaakt. Maar nu we een gezin hebben met jonge kinderen voelt dat toch echt anders. Nu zijn ze de redders in nood wanneer je er ’s ochtends achter komt dat je geen brood meer in huis hebt, wanneer je een zak warme frietjes op tafel zet, de koelkast opentrekt en erachter komt dat je geen mayonaise meer hebt, wanneer je plots even oppas nodig hebt, de babyfoon even kunt droppen of wanneer je gewoon zin hebt om te kletsen.

En natuurlijk niet te vergeten, de kinderen die zo makkelijk bij elkaar binnenlopen, vriendschappen sluiten, samen spelen en dan weer even niet.
Het kan allemaal als je zo dicht bij elkaar in de buurt woont. Ik woon in een straat met veel jonge mensen met en zonder kinderen. Vooral de jonge gezinnen zitten allemaal een soort van in hetzelfde schuitje. Als we ’s ochtends onze voordeuren openen, onze kinderen op de fiets of in de auto hijsen, dan is een blik al genoeg.

”It takes a village to raise a child”… die village is er helaas allang niet meer. En natuurlijk hebben we niet met alle buren hetzelfde contact, maar toch het idee dat je een klein dorpje om je heen hebt van mensen waar je aan kunt bellen, die bij jou aan kunnen bellen. Dat is een fijn gevoel.

Ik herinner me dat ik als kind veel speelde met de kinderen in de straat op het pleintje achter onze huizen. We maakten plezier, we maakten ruzie, we haalden kattenkwaad uit. We maakten herinneringen en dat is wat ik mijn kinderen ook gun. Herinneringen maken in je straat, in je buurt. Ik vind het genieten als we met een aantal ouders in de straat bedenken een Halloweentocht te organiseren door de straat en daar dan alle andere buren ook bij betrekken. Of met Pasen samen eieren te zoeken in het gangetje achter onze huizen. Tijdens de lockdown maakten we het op Koningsdag gezellig met vlaggetjes en spelletjes voor de kinderen.

Mijn vriend en ik fantaseren wel eens over een boerderijtje ergens in de middle of nowhere. Lekker alle ruimte, een paar dieren en natuurlijk een flinke schuur om in te klussen. Maar ik moet heel eerlijk zeggen, tot nu toe kan ik de buren zo dichtbij nog niet missen.

Zaterdag 24 september is het burendag. Zwaai deze dag eens extra naar je buren, bedank ze voor het zijn van een fijne buur, leg eindelijk dat conflict over dat tuinhekje bij of stop een kaartje in de bus bij die buurman of buurvrouw die je eigenlijk nooit ziet. Misschien kan hij of zij juist wel een goede buur gebruiken.

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochters (8 en 2) en zoon (4) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker pedagogiek en blogger bij KION en schrijft om de week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.