Onze kinderen. We vinden ze de mooiste, liefste en leukste wezens die er zijn. We zijn super trots op ze en vinden heel veel van wat ze doen ontzettend knap. Als er iemand is die plots zegt dat iets wat ons kind doet niet knap is, dan nemen we dit deze persoon niet in dank af.

Ik vind het echt vreselijk wanneer ik zie of voel dat mijn dochter onzeker wordt. Dat ze het gevoel heeft dat ze iets niet kan of door een opmerking van een ander kind voelt dat ze minder is.
Ik heb dan altijd de neiging haar streng aan te spreken als een net iets te gemotiveerde motivatie-coach. Het roept van alles bij mij op en ik wil er meteen voor vechten.
Ze wordt ouder en langzaam gaat ze zich steeds meer bezighouden met zaken als, zie ik er wel leuk genoeg uit, vinden andere kinderen mij wel leuk etc. Ik gun het haar zo niet om daar zo mee bezig te zijn en zich daar druk over te maken. Te denken dat ze echt niet hoog genoeg in het klimrek geklommen is, wanneer een ander kind boven haar zegt: “Ik ben lekker veel hoger.”
“Liefje, dat kind zit inderdaad hoger, maar wat maakt het uit. Jij klimt jouw weg tot de hoogte die voor jou nu goed voelt.”

Ik wil graag dat ze voldoende vertrouwen heeft in zichzelf. Dat ze een goed zelfbeeld heeft en tevreden is met wie ze is. Dat ze zich staande kan houden in de wereld. Dat het oké is als er soms iets niet lukt. Dat ze voor zichzelf op kan komen en van zich af kan bijten.

Zelfvertrouwen, weerbaarheid. Het is zoiets kwetsbaars, zo ongrijpbaar. We gunnen het onze kinderen allemaal. Bij sommige kinderen gaat het vanzelf, andere kinderen kunnen daar wel wat hulp bij gebruiken. Maar hoe doen we dit dan? En hoe weten we of onze kinderen voldoende weerbaar zijn?

Zelfvertrouwen en weerbaarheid hangt nauw samen. Een kind dat zelfvertrouwen heeft, durft voor zichzelf op te komen en is weerbaar. Als een kind maar weinig zelfvertrouwen heeft en niet weerbaar is, dan kan het eerder gepest worden, beïnvloed worden door andere kinderen, moeilijk nee zeggen, anderen willen pleasen en moeilijk om hulp vragen bij de juf.
Heb je geen idee of je kind voldoende weerbaar is. Kijk dan eens naar de volgende signalen. Herken jij je kind in de meeste signalen? Dan is je kind voldoende weerbaar.

  • Mijn kind heeft een eigen mening en vertelt aan kinderen wat het wil;
  • Mijn kind zegt er iets van als iemand vervelend doet of vraagt hulp;
  • Mijn kind zegt ‘nee’ als het iets niet wilt;
  • Mijn kind herpakt zich als het iets niet leuk vindt en zoekt een oplossing;
  • Als mijn kind geplaagd of gepest wordt, zoekt het hulp of weet het zich te verdedigen;
  • Mijn kind heeft zelfvertrouwen, denkt vaak: ‘Ik kan het’, zet door als iets niet lukt en kan zijn kwaliteiten benoemen;
  • Mijn kind durft iets te zeggen in de groep;
  • Mijn kind gaat naar de leerkracht om hulp te vragen;
  • Mijn kind reageert rustig op kritiek en probeert hier iets mee te doen;
  • Mijn kind durft zelf op anderen af te stappen en mee te doen.

Heb jij een kind wat wel iets weerbaarder mag worden? Met de volgende tips van www.apetrotsekinderen.nl kun jij je kind helpen:

Help je kind zichzelf te leren kennen
Wat kan het goed, wat vindt het lastig? Inzicht in jezelf vergroot het zelfvertrouwen en helpt je te herkennen hoe je reageert in situaties.

Laat je kind zoveel mogelijk zelf nadenken en oplossen
Je kind voelt zich trots als het zelf dingen kan oplossen. Dit zorgt voor zelfvertrouwen. Stel vragen zodat je kind zelf leert nadenken en het zich kan redden als jij er niet bij bent. Zoals: ‘Hoe laat je merken dat je het niet leuk vindt?’, ‘Wat kun je doen?’.

Oefen een stevige houding met je kind
Rechtop staan, schouders naar achteren, de ander aankijken, duidelijk hoorbaar praten. Laat het ervaren wat het effect is van de verschillende houdingen (onzeker, stevig, agressief) op jezelf en anderen.

Geef je kind inzicht in zijn gevoelens en die van anderen
Benoem emoties en stel vragen, zoals: ‘Hoe vond je het toen je sukkel werd genoemd?’ en ‘Hoe voelde je je toen?’. Daarna kun je naar een oplossing gaan: ‘Wat zou je kunnen zeggen/doen wat helpt?’.

Maak onderscheid tussen gedrag en persoon bij kritiek op je kind
In plaats van: ‘Wat ben je toch vervelend vandaag’, zeg eens: ‘Ik vind het niet fijn dat je me steeds stoort’. Dan heb je kans dat je kind sneller luistert en positiever over zichzelf denkt dan in de eerste zin.

Vraag je kind naar zijn mening
Wat vind jij ervan, vind je dit wel of niet fijn? Zo wordt je kind zich bewust van zijn grenzen en leert het aangeven wat het wel en niet prettig vindt.

Oefen met je kind lastige situaties door het ‘wat-als’-spelletje.
‘Wat als Jantje naar je toe komt en vraagt om te spelen en je hebt geen zin?’ Bespreek wat je kind zou doen en welk effect dit heeft op de ander.

Complimenteer je kind op sociaal handig gedrag en maak dit persoonlijk.
Bijvoorbeeld, ‘Knap van je dat je zo duidelijk nee durfde te zeggen’. Dit helpt je kind om het vaker te doen.

Bedenk samen een zin die jouw kind kan zeggen om voor zichzelf op te komen.
‘Stop, hou op’ werkt vaak niet, daarom kan het helpen om een krachtige zin paraat te hebben waarmee jouw kind zijn grens aangeeft. Bijvoorbeeld ‘Ik vind het niet meer leuk, stop ermee’, ‘Hou op!’ of ‘Hoe zou je het vinden als ik het bij jou deed?’.

Leer je kind zijn schouders ophalen en dingen van zich af te laten glijden.
Letterlijk je schouders ophalen en diep zuchten, kan helpen om dingen los te laten. Als jouw kind daarbij nog een woord zegt zoals ‘boeiend’, laat hij zien dat hij zich vervelende opmerkingen niet aantrekt.


Wil je graag meer lezen over zelfvertrouwen en weerbaarheid? Kijk dan eens op www.apetrotsekinderen.nl

Suus Sas woont samen met haar vriend, dochter (5) en zoon (1) in Nijmegen. Ze is stafmedewerker Pedagogiek en blogger bij KION en schrijft elke week over haar belevenissen met (vooral haar eigen) kinderen.