Er komen bij ons veel verschillende kinderen. Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich op zijn of haar eigen manier.

Kinderen hebben allemaal een eigen mentor, dit is één van de pedagogisch medewerkers van de groep waar het kind geplaatst is. Deze mentor volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor de ouders en het kind en voert de oudergesprekken. De pedagogisch medewerkers informeren tijdens het welkomstgesprek de ouders en het kind wie de mentor is. Dit is voor ouders ook zichtbaar in het Ouderportaal. Naast de mentor is er voor elk kind tot vier jaar een tweede vaste gezicht. Voor kinderen tot een jaar oud is of de mentor of het tweede vaste gezicht aanwezig wanneer het kind naar de locatie komt, met uitzondering van begin en eind van de dag en verlof. Voor kinderen van een tot vier jaar oud realiseren we dit waar mogelijk.

De mentor begeleidt het wennen van het kind in de groep, zorgt bij de buitenschoolse opvang voor een 'maatje' voor het nieuwe kind, volgt en legt de ontwikkeling en het welbevinden vast. Zij onderhoudt contact met het mentorkind en zijn/haar ouder(s)/verzorger(s) en verzorgt de overdracht naar de basisschool. Dit alles wordt geborgd door één verantwoordelijke per locatie die deze acties in de gaten houdt. Wanneer er door een verandering, door bijvoorbeeld andere dagdelen of het wisselen van groep, een nieuwe mentor in beeld komt, wordt dit vooraf besproken met de ouder(s)/verzorger(s) en hun kind en wordt er kennis gemaakt met de nieuwe mentor.

We volgen voortdurend hoe kinderen zich ontwikkelen en houden hun 'welbevinden' in de gaten met het kind-volg-systeem. We kijken of kinderen zich bij ons in de groep ontspannen en prettig voelen, hoe ze tot spelen komen en hoe ze contact opbouwen met andere kinderen. We praten regelmatig met ouders over hoe het met hun kind gaat. Dit komt niet alleen ter sprake tijdens de breng- en haalmomenten, maar ook via de mogelijkheid van een jaarlijks oudergesprek (doorgaans rond de verjaardag van het kind). Daarnaast bespreken we tijdens de groepsoverleggen regelmatig hoe het met de kinderen gaat. Bij onze locaties zijn we ingewerkt op het kind-volg-systeem 'Kijk' of ons eigen 'Kijk op kinderen'.

Bij de overgang van het kinderdagverblijf of peutergroep naar de basisschool en buitenschoolse opvang vragen we toestemming aan de ouders om relevante informatie over van het kind over te dragen aan school en bso. Het gaat bijvoorbeeld over hoe zelfstandig het kind is, hoe het kind zich gedraagt in contact met anderen, hoe het praat, beweegt, speelt, hoeveel initiatief een kind neemt, hoe zeker het is van zichzelf, waar het kind goed in is, wat het leuk vindt om te doen en wat een kind nodig heeft om zich thuis te voelen op school en bso. We gebruiken hiervoor een overdrachtsformulier. Dit formulier wordt ingevuld door de ouders en de door de pedagogisch medewerker (mentor). De informatie licht de mentor via een telefoongesprek of in een persoonlijk gesprek (warme overdracht) toe. Soms gebeurt dit samen met de ouders. Hierdoor kan school vanaf het begin goed inspelen op het kind. In de gemeente Nijmegen gebruiken we hiervoor de het instrument ‘Alle kinderen in beeld’ (AKIB).

Soms zien we gedrag waar we ons zorgen over maken. Bijvoorbeeld als een kind zich heel erg terugtrekt, heel weinig praat of als een kind een terugval in de ontwikkeling laat zien welke niet overgaat. Wanneer we ons zorgen maken, bespreken we dit zo snel mogelijk met de ouders. Het is belangrijk om te kijken of ouders onze zorgen herkennen. Samen denken we na over een eventuele reden voor het gedrag en mogelijke stappen. Hierbij handelen we op basis van ons signaleringsprotocol. We spreken ouders hierover niet zomaar in de gang aan maar maken een aparte afspraak. Een ouder kan altijd een gesprek aanvragen om op een rustig moment, met de mentor over het kind te praten.

Jaarlijks bespreken we het gebruik van het signaleringsprotocol in het teamoverleg. In het signaleringsprotocol staan de stappen van het eerste signaleren tot waar nodig doorverwijzen naar een zorginstelling. Deze stappen doorlopen we in overleg met de ouders. Verder kunnen we gebruik maken van hulpmiddelen zoals een observatielijst. We vinden het belangrijk samen te werken met andere professionals binnen een gezin. Zo kunnen we samen het kind de beste ondersteuning bieden. Om ons te helpen in contact te komen met partijen die betrokken zijn bij een gezin, plaatsen we bij zorgen een signaal in de verwijsindex, in onze regio ook wel MULTIsignaal genoemd. Dit is een digitaal systeem waar wij ons zichtbaar maken voor andere partijen die betrokken zijn bij dit gezin. Dit alles gaat in overleg met de ouders en pas nadat zij hier toestemming voor hebben geven mogen we informatie uitwisselen met deze partijen. Kijk voor meer informatie het filmpje voor ouders over MULTIsignaal/ verwijsindex.

Bij een vermoeden van kindermishandeling, plaatsen wij direct een signaal in MULTIsignaal en starten we met de route meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Voor ondersteuning kunnen wij en de ouders in de gemeente Nijmegen, voor de nul tot vierjarigen, een beroep doen op de zorgcoördinatoren. Meer informatie hierover lees je in de folder voor ouders met informatie over 'Kijk op kleintjes' en de zorgcoördinatoren. Daarnaast kunnen we voor ondersteuning altijd terecht bij de clustermanager en/of pedagogisch geschoolde medewerkers van het Servicebureau van KION.

De meeste dagopvanglocaties van KION doen mee aan het project passende kinderopvang. Met passende kinderopvang (PKO) is het streven om voor elk kind in de voorschoolse leeftijd een passende vorm van kinderopvang te organiseren, bij voorkeur in de eigen omgeving. PKO heeft een preventief karakter, door vroege interventie kan voorkomen worden dat problematiek oploopt. Dat is maatwerk: bij elke nieuwe vraag past een nieuwe oplossing. Daarom wordt aan iedereen gevraagd om zijn/haar expertise ten volle te benutten, gebruik te maken van elkaars kennis en in netwerksamenwerking af te stemmen wie welke rol neemt. Elk kinderdagverblijf is gekoppeld aan een ambulant begeleider Passende kinderopvang met ruime ervaring en expertise binnen een (jeugd)zorgorganisatie. In de regio Nijmegen komen zij vanuit De Driestroom, Entréa, Unik of onderwijsgroep PuntSpeciaal en vormen gezamenlijk een kenniskring PKO.

De ambulant begeleider passende kinderopvang kan preventief en zonder zorgbeschikking worden ingezet wanneer er zorgen zijn rondom de ontwikkeling (gedrag, medisch en/of cognitief), die vragen om tweedelijns expertise, advies en benadering. De inzet vindt plaats binnen de kinderopvang, in contact met ouders en in samenwerking met kernteam, GGD en andere betrokken hulp- en dienstverleners rondom het gezin.

Als de zorgvraag of de mogelijkheden op de locaties het vereisen wordt doorverwezen naar een andere instantie.