We bieden veiligheid, betrokkenheid en warmte

Voorbeelden uit de praktijk - kinderdagverblijf

  • Bij binnenkomst begroeten wij ouders en kinderen en laten merken dat zij welkom zijn. Wij besteden aandacht aan de overdracht. Als een kind moeite heeft met afscheid nemen, ondersteunen we het hierbij. We nemen het kind op de arm, verwoorden het gevoel (“ach, je bent verdrietig, pappa gaat weg”) en zwaaien samen.
  • We gebruiken de verzorging van baby’s als contactmoment. We nemen hier de tijd voor. We voeden baby’s op schoot, proberen er een rustig en intiem moment van te maken. Ook bij het verschonen, aan- en uitkleden hebben we één op één aandacht voor de baby. We benoemen wat de baby ervaart en wat we doen, doen een kort kriebelspelletje, zingen een liedje, wijzen het neusje aan etc.
  • We passen ons aan het tempo van het kind aan en geven het de tijd om te reageren. We leggen uit waar we mee bezig zijn, zodat het weet wat er gaat gebeuren. We praten op een warme, rustige en vriendelijke toon tegen de kinderen en luisteren naar wat ze te vertellen hebben.
  • Ondanks dat kinderen onderdeel zijn van de groep, proberen we ieder kind ook individuele aandacht te geven. Bijvoorbeeld door samen een spelletje te doen, een boekje te lezen, een puzzel te maken en te kletsen bij het aankleden.
  • We sluiten aan bij belangrijke gebeurtenissen in het leven van een kind, bijvoorbeeld het krijgen van een broertje of zusje. Wij lezen boekjes voor over de komst van een nieuwe baby en nodigen hem of haar uit om met een babypop in de huishoek te spelen.

Voor het laatst bijgewerkt per maart 2025.

Voorbeelden uit de praktijk - peutergroep

  • Voordat een kind voor de eerste keer komt, hebben we een uitgebreid welkomstgesprek met ouders en kind. We willen graag de ouders, het kind en hun achtergrond leren kennen, zodat we hierop zo goed mogelijk kunnen inspelen. Zo is het fijn om te weten waar het kind graag mee speelt of hoe we het kunnen troosten als het verdrietig is.
  • Bij binnenkomst begroeten we alle ouders en kinderen op een persoonlijke manier. We besteden bijvoorbeeld aandacht aan de nieuwe schoenen van een kind of de lekkere banaan die het heeft
  • We praten op een warme, rustige en vriendelijke toon tegen de kinderen en luisteren naar wat ze te vertellen hebben. Wanneer een kind de Nederlandse taal niet kent, ondersteunen we wat we vertellen met gebaren en pictogrammen.
  • We ondersteunen kinderen bij moeilijke momenten, zoals bijvoorbeeld het glijden van de glijbaan. Als we zien dat een kind dit graag wilt, maar ook een beetje angstig kijkt, verwoorden we dit ‘Ik zie dat jij het spannend vindt’ en bieden steun aan: ‘Zullen we het samen even proberen?’. We gaan er naast staan en geven kleine aanwijzingen. Hierdoor voelt het kind zich veilig en geven we het de kans om te ontdekken dat het ook spannende dingen durft te doen.
  • We houden rekening met het tempo en de mogelijkheden van het kind: “Ik wacht wel even op je Job, probeer nog maar eens om je jas aan te doen. Dat gaat vast lukken”
  • De kinderen hebben bij de meeste locaties een vaste plek (mandje of vakje, haakje kapstok) waar ze hun eigen spullen kunnen bewaren.

Voor het laatst bijgewerkt per maart 2025.

Voorbeelden uit de praktijk - buitenschoolse opvang

  • We begroeten alle kinderen, noemen hem/haar bij de naam en vragen hoe het gaat en maken een praatje.
  • Over het aanmelden bij de start van de middag hebben we met de kinderen groepsafspraken gemaakt. Deze afspraken zorgen voor duidelijkheid voor de kinderen en voor onszelf.
  • Door tijdens de middag goed naar de kinderen te kijken, zien we welke kinderen niet op hun gemak zijn. We spelen hierop in door bijvoorbeeld te vragen wat zij willen doen, iets aan te bieden of gewoon persoonlijke aandacht te geven. Soms vinden kinderen het ook fijn om even niets te hoeven doen. Dat kan en mag ook, maar we blijven alert en houden ze in beeld.
  • Naast vrij spel is er elke dag een aanbod van Belevenissen. Kinderen mogen zelf kiezen of ze daaraan meedoen of liever zelfstandig spelen. Regelmatig stimuleren we kinderen wel om mee te doen, zodat ze plezier ervaren en/of dit een mooi moment is om (meer) contact te maken met andere kinderen.
  • Na een dag school is de bso soms intensief. Dit zien we bijvoorbeeld terug in gedrag van kinderen; behoefte aan bewegen, een eerder conflict dat blijft ‘hangen’ tussen kinderen, verdrietig omdat een vriendje er niet is en dergelijke. We benoemen de emoties van kinderen, bieden ondersteuning en kijken samen met hen wat ze nodig hebben om zich prettig te voelen op de bso.
  • Kinderen bij de buitenschoolse opvang mogen best met elkaar stoeien of ruw spelen. Alleen als één kind het niet meer leuk vindt en ‘stop’ zegt, dan verwachten wij ook dat het spel stopt. We leren de kinderen respect voor elkaar te hebben en naar elkaar te luisteren. Grenzen stellen en aan elkaar aangeven is daarbij een belangrijk onderdeel.
  • Als een kind doorstroomt naar een volgende groep, zorgen we ervoor dat het kind in het eigen tempo naar de nieuwe groep kan toeleven. De kinderen zijn vaak al bekend met de vervolggroep, omdat ze met vrij spel en activiteiten ook naar de andere groep(en) kunnen gaan. We maken samen met de ouders en het kind afspraken over het wennen op de nieuwe groep en bepalen samen hoe het kind afscheid neemt van de oude groep. 

Voor het laatst bijgewerkt per juli 2025.