We bouwen aan positieve contacten tussen kinderen
Voorbeelden uit de praktijk - kinderdagverblijf
- In de verschillende speelhoeken op de groep is meer van hetzelfde materiaal aanwezig, zodat kinderen met elkaar of naast elkaar kunnen spelen wanneer zij dat willen. Sommige kinderen spelen graag even alleen, voor zichzelf. Natuurlijk mag dat ook. Iedereen heeft op zijn tijd behoefte om zich even terug te trekken.
- We noemen regelmatig de namen van de kinderen, zodat ze elkaar leren kennen. We vestigen de aandacht op elkaar: “Hebben jullie gezien wat een grote toren Ayla en Romée gemaakt hebben?!” Of we geven opdrachtjes aan twee kinderen: “Wat denk je, kunnen jullie samen naar de groep hiernaast gaan om washandjes te halen?”
- We benoemen emoties van de kinderen, zodat ze deze emoties leren kennen en zich in elkaar leren te verplaatsen: “Ojee, kijk nou eens, Jayden huilt. Hij is verdrietig!... Kom we gaan hem troosten!”
- We nodigen kinderen uit om elkaar te helpen, zoals bij het aantrekken van de jas en schoenen. Bijvoorbeeld: ‘Thijn, jij kunt al goed zelf de rits dicht doen, wil jij Linde even helpen om haar jas dicht te doen?’ Zo creëren we verantwoordelijkheid voor elkaar en een groepsgevoel.
- Kinderen kiezen met wie ze willen spelen en naast wie ze willen zitten. We hebben oog voor vriendschappen en benoemen dit (“Jullie vinden het heel fijn om samen te spelen he? Jullie zijn dikke vriendjes!”).
- Wanneer kinderen nog niet zelf durven of kunnen meespelen, maar wel willen, begeleiden we hen daarin. We brengen samenspel op gang door mee te spelen, erbij te gaan zitten en rustig aanwijzingen te geven zonder het spel over te nemen.
Voor het laatst bijgewerkt per maart 2025.
Voorbeelden uit de praktijk - peutergroep
- In de verschillende speelhoeken op de groep is meer van hetzelfde materiaal aanwezig, zodat kinderen met elkaar of naast elkaar kunnen spelen wanneer zij dat willen. Sommige kinderen spelen graag even alleen, voor zichzelf. Natuurlijk mag dat ook. Iedereen heeft op zijn tijd behoefte om zich even terug te trekken.
- We noemen regelmatig de namen van de kinderen, zodat ze elkaar leren kennen. We vestigen de aandacht op elkaar: “Hebben jullie gezien wat een grote toren Ayla en Romée gemaakt hebben?!” Of we geven opdrachtjes aan twee kinderen: “Wat denk je, kunnen jullie samen die zware kist optillen?”.
- We nodigen kinderen uit om elkaar te helpen, zoals bij het aantrekken van de jas en schoenen. Bijvoorbeeld: ‘Thijn jij kunt al goed zelf de rits dicht doen, wil jij Linde even helpen om haar jas dicht te doen?’ Zo creëren we verantwoordelijkheid voor elkaar en een groepsgevoel.
- In de peuterleeftijd spelen kinderen nog vooral naast elkaar en daarom spelen wij vaak met de kinderen mee. Bijvoorbeeld: ‘Sep, ik zie dat Pien ook met de bal wil spelen. Misschien kunnen jullie samen overrollen’. Wanneer kinderen nog niet zelf durven of kunnen meespelen, maar wel willen, begeleiden we hen daarin. We brengen samenspel op gang door mee te spelen, erbij te gaan zitten en rustig aanwijzingen te geven zonder het spel over te nemen.
- Kinderen kiezen met wie ze willen spelen en naast wie ze willen zitten. We hebben oog voor vriendschappen en benoemen dit (“Jullie vinden het heel fijn om samen te spelen he? Jullie zijn dikke vriendjes!”).
Voor het laatst bijgewerkt per maart 2025.
Voorbeelden uit de praktijk - buitenschoolse opvang
- We geven kinderen de ruimte om als vriendjes naast elkaar te zitten en samen te spelen. Als een kind nieuw is op de bso, regelen we dat een ander kind, buddy of maatje wordt. Zo helpen kinderen elkaar om wegwijs te worden op de bso.
- De meeste kinderen vinden het leuk om elkaar te helpen en dat stimuleren wij. Als een kind ergens hulp bij nodig heeft, vragen wij eerst of een ander kind kan helpen of kan uitleggen hoe iets werkt. Regelmatig schuiven wij zelf ook aan om mee te spelen en trekken ons terug als het goed gaat.
- Kinderen mogen zich best vervelen; dat heeft een functie. Maar als zij zich daar niet prettig bij voelen helpen we hen keuzes te maken. Dan stimuleren wij het kind om aan te sluiten bij een activiteit met andere kinderen. Dit doen wij door zelf ook aan te sluiten of door te laten zien hoe je kunt vragen of je mee mag doen.
- Wanneer wij bij de bso zien dat een kind voor een ander kind opkomt dan geven wij dat kind een compliment. Wij vinden het belangrijk dat sociaal gedrag ten opzichte van elkaar gezien en gehoord wordt. Ook elkaar corrigeren of helpen hoort daarbij.
- Kinderen ontdekken bij de bso en school dat dingen anders kunnen gaan dan ze thuis gewend zijn. Dat er tussen gewoonten, uiterlijk, al dan niet een handicap, kleding, taal van mensen verschillen bestaan. We maken, daar waar nodig, deze onderwerpen bespreekbaar. We leren dat iedereen verschillend is en dat we rekening houden met elkaar.
- Als we zien dat kinderen soms moeite hebben met sociale vaardigheden, gebruiken we bepaalde activiteiten, zoals bijvoorbeeld een gezelschapsspel of sport, om hier spelenderwijs mee te oefenen. Hierbij komt aan bod dat je wacht op je beurt, de spelregels volgt, verliest of wint, of ontdek je dat iemand iets beter of slechter kan dan jij.
Voor het laatst bijgewerkt per maart 2025.